waterspelletjes

waterspelletjes

Speluitleg

Een warme dag betekent meestal maar een ding...

1. Ballonnen splashen

Verdeel de groep in twee teams. Zet voor ieder team een rij stoelen. Op elke stoel ligt een ballon gevuld met water. Na het fluitsignaal vertrekken de eerste twee van elke groep. Ze gaan zitten op de eerste stoel en proberen zo de ballon stuk te maken ( ze mogen er niet met hun handen aankomen).

Als de ballon stuk is, lopen ze terug en tikken ze de volgende van hun team aan.  Het team dat als eerste alle ballonnen doet splashen, wint.

Materiaal: stoelen, waterballonnen

2. Hindernissenparcours

Twee kinderen nemen een ballon tussen hun buiken. Ze leggen een parcours af zonder dat de ballon stuk gaat. Ontploft de ballon toch? Dan keren de kinderen terug en halen ze een nieuwe.

Wanneer de eerste twee klaar zijn, mogen de volgende kinderen beginnen. Het duo dat het minste ballonnen stuk maakt, wint.

Materiaal: waterballonnen, parcours

3. Treftennisballen

Een groep moet lopen, de andere gooien. De groep die moet lopen, krijgt een emmer en een aantal plastic bekertjes. De eerste van de groep vult acht bekertjes en zet die op een dienblad. Met dat dienblad probeert hij of zij naar de overzijde van het terrein te lopen. Daar moet het overgebleven water in een emmer. 

MAARRR, de andere groep mag van achter de lijn met een tennisbal proberen om de bekertjes van het dienblad te gooien. 

Belangrijk! De spelers krijgen elk maar een bal en mogen ook maar een keer werpen.

De groep die het meeste water in hun emmer krijgt, wint. (Meten kan je door het water in de emmer over te gieten in flessen of met een meetlint in de emmer)

Materiaal: emmer met water, lege emmer, plastic bekertjes, tennisballen, lint om een lijn een lijn af te bakenen

4. Terrein vrijhouden

Zet een bepaald gebied af en leg daar al het natte materiaal in. Een groep gaat in het afgebakende terrein staan, de andere groep(en) ernaast. De spelers krijgen twee minuten. De spelers in het afgebakende terrein proberen zo veel mogelijk materiaal uit hun terrein te krijgen. Maar de andere groepen mogen het materiaal terugwerpen.

Na twee minuten fluit je af en tel je het materiaal. De groep die het minste nat materiaal in zijn terrein heeft, wint.

Materiaal: nat materiaal, lint om een lijn af te bakenen

5. Liedjes gorgelen

Een groep begint: met een beetje water in hun mond gorgelen ze beurt om beurt een liedje. De andere groep probeert te raden welk liedje het is. Elk juist antwoord levert een punt op.

Materiaal: fles met water

6. Flessen vullen

Elke groep probeert zo snel mogelijk een fles water te vullen. Het is leuk als de kinderen met het water in hun mond een parcours moeten afleggen. Wie als eerste de fles vol heeft, wint.

Materiaal: fles met water

7. Tienbal met een natte spons

De kinderen moeten de natte spons tien keer in hun eigen groep rondpassen. De spons mag niet op de grond vallen ( dan is die voor de andere ploeg). De spons mag ook niet uit de handen getrokken worden.

Materiaal: spons

8. Sponsestafette

De spelers staan in twee rijen met telkens een tweetal meter tussen iedere speler. De eerste speler vult de spons met water in een emmer en gooit ze naar de volgende speler. Die gooit de spons zijn beurt naar de volgende.

Als de spons bij de emmer aan het einde van de rij komt, mag ze uitgeknepen worden. Wie als eerste de emmer vol heeft, wint.

Materiaal: sponzen, emmers

(Laura lemmens, LG 014, Chiro Sint- Martens - Voeren, Voeren)

Toegankelijke variant

Auditieve beperking

Schrijf of teken de uitleg van de spelletjes op een groot blad. Toon ook de spelletjes tijdens het uitleggen voor.

Visuele beperking

Laat de kinderen terwijl ze lopen een liedje zingen en ga zelf achter de rij stoelen staan en zing ook een liedje. Zo kan het kind op het gehoor de plaats vinden waar hij heen moet. 3, Laat de loper heel luid roepen 'ik ben aan het lopen!!' 

fysieke beperking

Zorg voor een toegankelijk terrein (vb geen kiezelsteentjes of oneffen tegels). 1, als het kind in een rolstoel zit laat hem/ haar dan over de ballon rijden tot dat hij ploft.

Autisme Spectrum Stoornis (ASS)

Maak ook duidelijk dat het in dit spel niet erg is om nat te worden.

Verstandelijke beperking

Leg de spelregels en onderdelen van het spel duidelijk en visueel uit aan het kind. Tijdens het spel is het belangrijk vaak belangrijke informatie te herhalen en het kind te motiveren. Maak ook duidelijk dat het in dit spel niet erg is om nat te worden.

Leeftijd

6
tot
99 jaar

Aantal spelers

4
tot
99 spelers
Duur
120 minuten
Aantal groepen
2 groepen
Intensiteit
rustig