waterspelletjes

waterspelletjes

Speluitleg

Begin:

maak groepjes van ongeveer zes leden per groepje. Zorg voor genoeg waterballonnen. Maak een scoreblad

1. Zet zoveel stoelen als leden van de groep achter elkaar op een rij. Op elke stoel ligt een ballon gevuld met water. Op het fluitsignaal mogen de eerste leden van de groep vertrekken. Ze gaan zitten op de stoel en proberen zo de ballon stuk te maken ( ze mogen er niet met hun handen aankomen). Als de ballon stuk is lopen ze terug naar de groep, ze tikken de volgende aan, deze doet dezelfde opdracht. De groep die als eerste klaar is krijgt een punt.

Materiaal: stoelen, waterballonnen

2. Twee kinderen nemen een ballon tussen hun buiken. Ze leggen een bepaald parcours af zonder dat de ballon stuk gaat. Als de ballon stuk gaan de spelers een nieuwe halen en beginnen ze opnieuw. Wanneer de eerste twee klaar zijn mogen de volgende kinderen beginnen. De groep die het minste ballonnen stuk heeft is gewonnen.

Materiaal: waterballonnen, afgezet parcours

3. Een groep moet lopen de andere groep moet gooien. De groep die moet lopen krijgt een emmer en een aantal plastik bekertjes. De eerst van de groep vult acht bekertjes zet deze op het dienblad en probeert met het dienblad aan de overkant te komen. Daar moet hij het overgebleven water in een emmer doen. Maar de ander groep mag van achter de lijn met een tennisbal proberen om de bekertjes van het dienblad te gooien. Let op! De spelers krijgen elk een bal en mogen ook maar een keer werpen. De groep die het meeste water in de emmer heeft is gewonnen. ( je kunt meten door het water in de emmer over te gieten in flessen of met een meetlint in de emmer)

Materiaal: emmer met water, lege emmer, plastik bekertjes, tennisballen, lint om een lijn af te zetten

4.… Zet een bepaald gebied af en leg daar alle materiaal in. Een groep gaat in het afgebakende terrein staan, de andere groep(en) ernaast. De spelers krijgen twee minuten. De spelers in het afgebakende terrein moeten proberen om zoveel mogelijk materiaal uit hun terrein te krijgen. Maar de andere groepen mogen het materiaal allemaal terug werpen in het terrein. Na twee minuten wordt afgefloten. Dan wordt al het materiaal geteld. De groep die het meeste materiaal uit zijn terrein heeft is gewonnen.

Materiaal: heel veel ballen, kegels

5. Liedjes gorgelen: Een groep begint: ze moeten een liedje met een beetje water in hun mond gorgelen, de andere groep moet binnen de minuut raden welk liedje het is. Elk goed antwoord levert een punt op.

Materiaal: fles met water

6. Flessen vullen: elke groep moet zo snel mogelijk een fles vullen. Het is leuk als de kinderen met het water in hun mond een parcours moeten afleggen. Wie als eerste de fles vol heeft is gewonnen.

Materiaal: fles met water

7. Tienbal met een natte spons: de kinderen moeten de natte spons tien keer in hun eigen groep rondpassen. De bal mag niet op de grond vallen ( dan is die voor de andere ploeg). De spons mag ook niet uit de handen getrokken worden.

8. Spons estafette: De spelers gaan in een rij staan naast elkaar met telkens 2 meter tussen elke speler. De eerste speler vult de spons met water in de emmer, gooit de spons naar de volgende speler, deze gooit de spons ook weer verder …. Als de spons bij de emmer komt, mag deze uitgeknepen worden. Wie als eerste de emmer vol heeft is gewonnen.

van laura lemmens, LG 014, Chiro Sint- Martens - Voeren, Voeren

Toegankelijke variant

Auditieve beperking

Schrijf of teken de uitleg van de spelletjes op een groot blad. Toon ook de spelletjes tijdens het uitleggen voor.

Visuele beperking

Laat de kinderen terwijl ze lopen een liedje zingen en ga zelf achter de rij stoelen staan en zing ook een liedje. Zo kan het kind op het gehoor de plaats vinden waar hij heen moet. 3, Laat de loper heel luid roepen 'ik ben aan het lopen!!' 

fysieke beperking

Zorg voor een toegankelijk terrein (vb geen kiezelsteentjes of oneffen tegels). 1, als het kind in een rolstoel zit laat hem/ haar dan over de ballon rijden tot dat hij ploft.

Autisme Spectrum Stoornis (ASS)

Maak ook duidelijk dat het in dit spel niet erg is om nat te worden.

Verstandelijke beperking

Leg de spelregels en onderdelen van het spel duidelijk en visueel uit aan het kind. Tijdens het spel is het belangrijk vaak belangrijke informatie te herhalen en het kind te motiveren. Maak ook duidelijk dat het in dit spel niet erg is om nat te worden.

Leeftijd

6
tot
99 jaar

Aantal spelers

4
tot
99 spelers
Duur
120 minuten
Aantal groepen
2 groepen
Intensiteit
rustig