Samenwerkingsspelen

Samenwerkingsspelen

Speluitleg
FLIPPERMENS
Inleiding
Met elkaar een levende flipperkast maken is een sensatie, ook al moet je de geluiden er zelf bijmaken.
Materiaal
Bal.
Speelwijze
Alle spelers op een na gaan in een kring staan met de gezichten naar buiten gekeerd en de benen gespreid.De voeten van de spelers sluiten bij elkaar aan.Voorovergebogen met de armen tussen de benen speelt iedereen voor flipper.De flippers slaan met hun handen de bal naar de middenspeler die de bal probeert te ontwijken.De middenspeler mag lopen, vallen, wegspringen enz maar mag de bal niet aanraken.De flipper die “raak schiet” mag het ook eens proberee en verruilt de plaats met de middenspeler.
Opmerking
Hoe groter de kring is hoe makkelijker de middenspeler het heeft.Wanneer de kring erg groot is kunnen extra ballen in het spel worden gebracht of extra spelers in het midden staan.
TOUW SPANNEN
Materiaal
Een lang touw.
Speelwijze
Span tussen 3 of 4 bomen een touw en zorg dat je er met gans de groep opstaat zonder dat er iemand nog contact met de grond heeft.
GRAFFITI
Inleiding
Een kennismakingsspel in combinatie met creativiteit.
Materiaal
Etiketten en viltstiften.
Speelwijze
Alle spelers krijgen 10 tot 20 etiketten en een viltstift.De spelers verspreiden zich over de speelruimte.Op het teken van de spelleiding begint iedereen te lopen.Op de kreet-“graffiti” begint iedereen bij de dichtstbijzijnde spelers.Hij maakt daar kennis mee en de tweede kreet-“graffiti” geeft aan dat die kennismaking moet worden beëindigd en samengevat in een woord of korte zin.Nadat deze op het etiket gezet is wordt deze uitgewisseld en op het lijf van de ander geplakt (niet op plastiekkleding plakken).Daarna start het lopen weer tot de kreet-“graffiti” enz.
Opmerking
Het is mogelijk ook opdracht te geven tav de inhoud van de kennismakingsbabbels.
BALLONNENSPEL
Materiaalspel
Ballonnen, waterpistooltjes of stukken tuinslang, emmers water.
Speelwijze
In groepjes van twee of meer spelers wordt geprobeerd een ballon spuitend of blazend in de lucht te houden terwijl zij lopen en hindernissen nemen.
Opmerking
In plaats van blazen of spullen kan de ballon ook tikkend met de hand in de lucht gehouden worden.De hindernissen kunnen dan moeilijker worden.Zorg bij de waterpistooltjes ook voor grote emmers met water zodat de pistooltjes tijdens het hindernislopen snel gevuld kunnen worden.
DE BOM
Inleiding
Wij met onze groep zijn ervoor verantwoordelijk de wereld van de ondergang te redden.Alleen door samen te werken kunnen we de bom onschadelijk maken.
Materiaal
Een tennisbal, een emmer en twee lange touwen.
Speelwijze
We spelen in 1 groep.Een terrein van ongeveer 5 meter op 3 meter wordt afgebakend.Midden op dit terrein staat een bom: een tennisbal bovenop een omgekeerde emmer.Deze bom moet onschadelijk gemaakt worden.
Spelvoorwaarden
Als hulpmiddelen hebben we enkel twee lange touwen.
Niemand mag in het veld komen.Zelfs de touwen mogen de grond niet raken want de bom staat in een vloeistof die alles oplost.
De emmer mag dus ook niet over de grond worden verschoven.
Je krijgt een halfuur de tijd.
De bom explodeert als de tennisbal voor de tweede keer van de emmer afvalt.
PING-PONG-BLAAS
Inleiding
Een spel dat overal waar een vlak terrein is gespeeld kan worden.Geen spel voor kortademige spelers.
Materiaal
Pingpongballetjes, eventueel rietjes.
Speelwijze
Alle spelers gaan op hun buik in een kring liggen met de gezichten naar binnen.In het midden ligt een pingpongballetje.De spelers moeten blazen om te verhinderen dat het balletje iemand raakt.Ook kan langzamerhand het aantal balletjes vergroot worden waardoor het spel nog moeilijker wordt.
Opmerking
Dit spel moet wel op een hard vlak terrein gespeeld worden (bijvoorbeeld op asfalt).Wanneer de ruimte te klein is om allemaal op de grond te gaan liggen kan dit spel ook op een tafel gespeeld worden.De spelers zitten dan geknield rond de tafel.
GORDIJNBAL
Inleiding
Gordijnbal is een variatie op volleybal.Je kunt geen punten maar spelers scoren.
Materiaal
Bal, touw en doek.
Voorbereiding
Span een doek midden in de ruimte.
Speelwijze
Aan iedere zijde van het doek wordt een ploeg opgesteld.Om beurten slaat of gooit een speler van elke ploeg de bal over het gordijn in het veld van de andere partij.De andere partij moet ervoor zorgen dat de bal wordt opgevangen en teruggegooid.In ieder geval mag de bal niet op de grond komen.Komt de bal toch op de grond dan mag de tegenpartij de naam van een speler noemen die naar het andere vak moet.Het spel gaat door totdat er nog maar een partij over is.
STERKE VERHALEN
Inleiding
Hoe ontstaan sterke verhalen?Je zult het bij dit spel wel merken.
Speelwijze
De spelers zitten in een kring en vertellen de linkerbuur een alledaagse gebeurtenis van die dag.Organiseer het zo dat er om en om eerst geluisterd cq verteld wordt.In elke volgende vertelronde gaat het net zo doch daarin wordt het verhaal, dat je net gehoord hebt, doorverteld en ietsje overdreven.
Een voorbeeldje:
1ste ronde
“Ik versliep me een halfuur, schrok wakker, vlug wat eten en was nog net op tijd op school”.
2de ronde
“Ik versliep me een uur, schrok me wild, zat recht overeind in bed, werkte snel wat eten naar binnen en kwam een kwartier te laat”.
3de ronde enz
Tenslotte komen alle sterke verhalen terug bij de oorspronkelijke verteller.
Toegankelijke variant

Auditieve beperking

Gordijnbal: Voor het spel begint krijgt iedereen twee wc rolletjes schrijven ze de eerste letter van hun naam op beide rolletjes. Aan elke kant van het doek leggen ze een rolletje. Ipv een naam te roepen gooit men het rolletje van de persoon in de lucht.

Sterke verhalen: schrijf het verhaal op een blad en geef dit blad door.

Visuele beperking

Laat het kind op voorhand alle materialen voelen.

flippermens: Laat iedereen geblinddoekt de onderdelen van de flipperkast spelen. Ze maken geluid wanneer ze voelen dat de bal hen aanraakt.

grafitti: laat iedereen hand in hand lopen per 2. Zo kan het kind met een visuele beperking begeleid worden.

Ballonnenspel: Laat het kind met de hand de ballon voelen en omhoog duwen.

Ping-pong-blaas: Werk met een balletje waar kleine rijstkorreltjes inzitten (bv. rammelaarballetje) die zo geluid maakt.

gordijnbal: doe een simpele versie en gooi de bal op en neer met een doek. De deelnemer kan voelen wanneer de bal in het doek valt. Op dat moment moet hij/zij het doek omhoog doen.

Fysieke beperking

Werk op een kleiner speelveld dat eventueel is aangepast aan rolstoelen.

Autisme Spectrum Stoornis (ASS)

Let op met samenwerkingsspelen waarbij veel fysieke aanrakingen zijn. Kinderen met ASS kunnen aanrakingen soms zeer onaangenaam vinden.

Verstandelijke Beperking

grafitti: Laat de samenvattende woorden zeggen ipv noteren op een sticker.

Materiaal
Materiaal
Bal.
Organisatie
Werkgroep Inclusieve Jeugdbeweging

Leeftijd

12
tot
99 jaar

Aantal spelers

8
tot
99 spelers
Duur
180 minuten
Aantal groepen
1 groep
Terrein
Intensiteit
matig