Het spel wordt in twee teams gespeeld. Aan de hand van vier proeven wordt bepaald wie het dominante team is aan het einde van het spel. Doorheen het spel zal het dominante team telkens kunnen kiezen om een voordeel te hebben of om het andere team te benadelen. Aan het eind volgt een nabespreking.
De bedoeling van het spel is om de deelnemers op een speelse manier bewust te maken van racisme. Aan de hand van spel zouden de deelnemers sommige mechanismen van groepsvorming moeten kunnen begrijpen. Ze ervaren de impact van bewuste en onbewuste uitsluiting en racisme. Aan het eind zouden de deelnemers moeten weten hoe ze kunnen handelen om een situatie van ongelijkheid tegen te gaan.
Opbouw van het spel
Teamverdeling
Deel je groep op in drie teams: het rode team, het blauwe team en het grijze team. Tijdens de groepsverdeling zullen het rode en het blauwe team proberen om de personen van het grijze team voor hen te winnen. Dit gebeurt in twee rondes.
Ronde 1
Het rode team staat links op het speelveld, het blauwe team staat rechts op het speelveld en het grijze team staat in het midden. Het rode en het blauwe team krijgen om beurten twee minuten de tijd om de leden van het grijze team te overtuigen om voor hun team te kiezen. De leden van het grijze team krijgen de opdracht om voor één van de twee teams te kiezen. Ze hoeven niet allemaal voor hetzelfde team te kiezen.
Zowel het rode als blauwe team krijgen een lijst met eigenschappen van hun team die hen kunnen helpen gedurende het spel. Alleen met behulp van deze eigenschappen mogen ze het grijze team proberen te overtuigen. Ze mogen zelf kiezen welke eigenschappen ze gebruiken. De eigenschappen staan op pagina 8 van de bijlage.
Nadat beide teams hun betoog hebben gehouden, is het aan de leden van het grijze team om een team van voorkeur te kiezen. Laat de leden individueel zeggen bij welk team ze zouden willen aansluiten en waarom. Ze moeten nog niet naar hun team van voorkeur gaan.
Ronde 2
Er is nog een tweede ronde waarmee beide teams de kans krijgen om zoveel mogelijk leden van het grijze team tot bij hen te lokken. Geef beide teams mee dat het heel belangrijk kan zijn om met meer teamleden te staan doorheen het spel. In deze ronde krijgen beide teams weer om beurten twee minuten de tijd om de leden van het grijze team te overtuigen. Ze krijgen nu niet alleen de eigenschappen van hun team, maar ook de eigenschappen van het andere team te zien. Ze mogen kiezen welke eigenschappen ze gebruiken om zichzelf in de markt te zetten. Ze mogen nu ook de eigenschappen van het andere team gebruiken. De eigenschappen staan op pagina 8 van de bijlage.
Nadat beide teams hun betoog hebben gehouden, is het aan de leden van het grijze team om een team van voorkeur te kiezen. Deze keer is hun keuze finaal. Vraag de leden individueel bij welk team ze zouden willen aansluiten en waarom. Laat ze daarna naar hun team van voorkeur. Onthoud goed de redenen waarom leden van het grijze team voor het rode of het blauwe team kozen. Dit is nuttig voor tijdens de nabespreking van het spel.
Vier proeven
De teams zijn nu verdeeld. Mogelijk zullen er in één team meer leden zitten dan in het andere team. Het team met de meeste leden begint als het dominante team. Het andere team is het niet-dominante team. Het doel van het spel is om op het einde het dominante team te zijn. Dat is niet per se het team met de meeste leden. Het is het team dat de touwtjes in handen heeft.
Als beide teams evenveel leden tellen, laat je de teams een grote wedstrijd met schaar-steen-papier (of blad-steen-schaar) spelen. Laat alle leden per twee (één van elk team) tegenover elkaar staan. Ze doen op hetzelfde moment schaar-steen-papier. Het team met de meeste winnaars zal beginnen als het dominante team.
Aan de hand van vier proeven wordt bepaald wie het dominante team is aan het einde van het spel. Wie de laatste (en vierde proef) wint, is het dominante team. Doorheen het spel zal het dominante team telkens kunnen kiezen om een voordeel te hebben of om het andere team te benadelen.
De uitwerking van de vier proeven vind je in de bijlage.
Nabespreking
Bij dit spel hoort ook een nabespreking. Je kan zelf kiezen welke vragen je behandelt. De bedoeling is wel dat de deelnemers iets bijleren over hoe je je kan gedragen in een racistische situatie. De mogelijke vragen vind je in de bijlage.
- Eigenschappen van het rode en blauwe team afgedrukt (te vinden op pagina 8 van de bijlage)
- Koptelefoon
- Playlist met tien liedjes op maat van de groep
- Vijf keer oordoppen
- Twee jutten zakken
- Evt. materiaal om een parcours aan te leggen
- Twee keer het blad met droedels afgedrukt (te vinden op pagina 9 van de bijlage)
- Papier in reepjes (vier keer het aantal deelnemers)
- Schrijfgerief