Bal maken voor groepsverdelingsspel: neem het balletje, het gekleurd papier en de plakband. Plak de gekleurde papieren laagje per laagje op de bal waarbij de kleuren elkaar afwisselen. In totaal plak je evenveel laagjes papier als leden die meespelen met het spel.
Zet het scoutsmuseum klaar: hang de basispijlers zonder kleur op in een lokaal/op een plek. Hoe groter jullie de tekeningen kunnen voorzien, hoe leuker, bv. Op een groot karton of A3. Hang er eventueel bordjes bij met de ‘naam’ van het kunstwerk, en dus de naam van de basispijler.
Kaartjes uitknippen (zie bijlagen)
Bereid de brieven van de kleurendief voor (zie bijlagen):
Brief 1: voorzie een enveloppe met daarin brief 1 en de basispijlers met kleur
Brief 2: voorzie een enveloppe met daarin brief 2 (en eventueel de memory-kaartjes en/of de kaartjes voor ‘verzamel de basispijlers’)
Inleiding (15 min)
Neem de kapoenen of zeehondjes mee naar het scoutsmuseum (het lokaal/de plek waar jullie de tekeningen hebben opgehangen). Je kan dit gerust groots vormgeven. Misschien hebben jullie wel een groot openingsfeest gepland?
Maar wat is er nu gebeurt? De kleuren zijn allemaal verdwenen? Zonder kleur zijn de kunstwerken maar saai. Maar hoe kan je zoiets oplossen?
De kunstwerken zomaar inkleuren is geen goed idee, want we weten niet wat de oorspronkelijke kleuren waren. Maar misschien kunnen we wel ergens een voorbeeld terugvinden. Misschien vindt iemand een aanwijzing. Zoek in het rond.
Jullie vinden een enveloppe met een brief en de ingekleurde prenten. Lees samen de brief en start het spel.
Het groepsverdelingsspel (15 min)
Je hebt voor het vervolg van het spel vijf teams nodig. Je kan ervoor kiezen om een groepsverdelingsspel te spelen. Hier is een suggestie.
De leden staan in een kring en geven de bal (met het papier errond) door. In het midden van de kring staat de leiding. De leiding sluit de ogen en geeft instructies:
Wissel: de bal wisselt van richting, nu wordt die in de andere richting doorgegeven
Overgooien: de bal wordt naar een speler aan de overkant van de kring gegooid, daar wordt de bal verder doorgegeven
Stop: de persoon die de bal heeft is uit en gaat zitten. Voor het spel terug start, moet het lid dat uit is de buitenste laag papier van de bal aftrekken en bijhouden (dit heeft die later nog nodig). Als de bal daarna verder wordt doorgeven, zullen de andere spelers soms over het lid dat ‘uit’ is moeten wandelen.
Het spel gaat door tot iedereen uit is en een laagje papier van de bal heeft.
De kleur papier die iedereen vast heeft,bepaaltde teams voor het volgende deel van het spel.
De kleuren terugverdienen (60 min)
Elk team bouwt een kamp, dit mag duidelijkafgebakend zijn.
Elk team krijgt in hun kamp een kunstwerk en één kleur verf. Het is de bedoeling dat zij hun kunstwerk zo snel mogelijk weer de juiste kleuren geven en hun kleur verf bewaken voor de andere teams.
Op een centrale plek op het spelterrein is het kamp van de leiding. Zij hebben alle ingekleurde prenten.
Zodra het spel start moeten de kapoenen of zeehondjes sluipen naar de andere kampen:
Naar het kamp van de leiding om te achterhalen welke kleuren ze nodig hebben voor hun kunstwerk. Als ze hier kunnen binnensluipen/lopen zonder dat de leiding hen kan tikken, mogen ze 10 seconden naar het kunstwerk kijken en de kleuren proberen onthouden.
Naar de kampen van de andere teams om verf te halen om op hun kunstwerk te kleuren. Als ze een kamp kunnen binnensluipen/lopen zonder getikt te worden, mogen ze verf meenemen. Ze krijgen dan een beetje verf in hun hand.
Met de informatie en/of de verf gaan ze terug naar hun eigen kamp om hun kunstwerk weer kleur te geven. Het team dat als eerste hun kunstwerk volledig kan inkleuren wint!
Opgelet, onderweg kan er vanalles gebeuren:
De leden kunnen elkaar tikken als ze elkaar tegenkomen. Dan doen ze schaar-steen-papier (of blad-steen-schaar, as you wish). De winnaar mag verder, maar de verliezer moet terug naar het eigen kamp.
Een leiding is omgetoverd tot verfmonster, als die je tikt en je hebt verf in je hand, dan moet je je hand afvegen aan de leiding en zonder verf terug op pad.
Variant: een leiding is saboteur en loopt rond met zwarte verf. Als die je tegenkomt en kan tikken, mengt die hun zwarte verf met de verf die je in je hand hebt, waardoor de kleur verandert en je de verf niet meer kan gebruiken.
Is het een team gelukt om hun kunstwerk te vervolledigen, dan zijn zij gewonnen. En wat nu? Plots vinden jullie een nieuwe brief van de kleurendief. De leiding (of leden) opent de brief en leest voor. Daarna kunnen jullie de zelfgemaakte kunstwerken in het museum hangen.
Slot (10 min)
Sluit de activiteit samen in het scoutsmuseum af. Kunnen de leden raden wat de vijf basispijlers zijn? De waarden die we bij de scouts belangrijk vinden? Natuurlijk gaan je kapoenen of zeehondjes niet weten wat ‘engagement’ betekent, maar ze weten misschien wel wat het is om altijd naar de scouts te komen, ook als ze even minder zin hebben. Zo kan je elke basispijler op hun niveau vertalen. De bijlage 'Basispijlers voor kapoenen' kan je hierbij helpen.
Maak van de museumopeningeventueel een feestelijke gelegenheid, bijvoorbeeld met drankjes en snackjes. De ouders kunnen aan het einde misschien ook een kijkje komen nemen?
Tijd over?
Is er nog tijd over? Voor het slot kan je nogeen van volgende spelletjes spelen:
Memory (10 min): De leden lopen om de beurt van de startkegel naar de kegel met de memory. Daar mogen ze telkens twee kaartjes omdraaien. Zijn ze dezeflde? Dan hebben ze een punt en mogen ze nog eens. Zijn ze verschillend, dan moeten ze terug worden omgedraaid. Het doel is om zo snel mogelijk alles basispijlers in duo gevonden te hebben.
Verzamel de vijf (20 min): Er staan vijf kegels in een kring met aan elke kegel een groepje. In het midden van de kring ligt een das.
Elk groepje start met 5 kaartjes van hun eigen kunstwerk.
Op het signaal van de leiding loopt telkens één persoon van elk groepje met een kaartje naar het volgende groepje, geeft het kaartje door en loopt terug. Elk groepje kiest zelf welk kaartje ze doorgeven.
Als een groepje 5 verschillende kaartjes in handen heeft (van elk kunstwerk eentje) moeten ze zo snel mogelijk de das uit het midden van de kring tot bij hun krijgen. Als dat lukt, hebben ze een punt.
Nadien worden de kaarten weer verdeeld zodat elk groepje met hun eigen kunstwerk start. Je kan zelf bepalen hoeveel rondes je speelt.
Materiaal
- verf in 5 kleuren (oranje, roos, blauw, bruin, beige)
- gekleurd papier (liefst in dezelfde 5 kleuren)
- balletje
- plakband
- prints (zie bijlagen)
- eventueel kegeltjes (voor het extra spel)